Backx Jozef Karel

Backx Jozef Karel

Naam: Backx Jozef Karel

Geboren te: Merksplas

Geboren op: 1893-11-22

Overleden te: Noordschote

Overleden op: 1917-01-12

Burgerlijke stand: ongehuwd

Laatst gekend adres: Kolonie nr. 79, Merksplas

Beroep: telegramdrager/beroepsvrijwilliger in het leger

Jozef Karel BACKX was het jongste kind van surveillant Ludovicus BACKX (°Meer 09-07-1861) en Anna Catharina CLYMANS (°Weelde 03-11-1857). Voor haar huwelijk woonde Anna Catharina in Turnhout en was landbouwster. Ze kreeg daar op het Stokt een onwettig kind: Josepha Constantia CLYMANS (°11-11-1887). Op 17 mei 1888 huwde ze te Turnhout met Ludovicus en ze erkenden en wettigden het kind dat vanaf dan Josepha Constantia BACKX heette. Het gezin ging in Merksplas wonen in de Kolonie waar de vader al werkte als opzichter, eerst in het huis wijk H, nr. 55. Daar werd Emiel Cornelis geboren op 2 februari 1890. Het gezin verhuisde naar het huis wijk J, nr. 59. Hun volgende kind (m) werd er doodgeboren op 30 juli 1892, ook Jozef Karel werd er op 22 november 1893 geboren en op 1 februari 1894 overleed Emiel Corneel er, slechts 4 jaar oud. Jozef Karel groeide dus op in een klein gezin in de Rijksweldadigheidskolonie, een dorp op zich met een eigen school en een eigen buurtleven in een bosrijke omgeving. Eerst ging hij als kleuter naar de ‘nonnekens’, later naar het meerklassige schooltje van de Kolonie aan het Schoolpad. Daar leerde hij lezen, schrijven en rekenen en een beetje Frans. Zijn oudere zus werd in dat schooltje later onderwijzeres. Zijn moeder overleed in Merksplas op 25 of 29 juni 1916. Begin september schreef Josephina haar broer een brief om hem dit te laten weten. De brief moest met brievensmokkelaars de elektrische draadversperring aan de Belgisch-Nederlandse grens over en via Engeland naar de IJzer, maar werd onderschept door de Duitsers en kwam nooit aan.

Voor de oorlog woonde het gezin in de Kolonie, nr. 79, Jozef Karel was ongehuwd en voor hij beroepsvrijwilliger in het Belgische leger werd, telegramdrager van beroep.

Jozef Karel BACKX was – gezien zijn geboortedatum – van de lichting 1913, maar diende zich reeds in 1912 aan als kandidaat beroepsvrijwilliger bij het Belgische Leger. Daartoe moest hij een aantal onderzoeken ondergaan en documenten voorleggen. Op 16 september 1912 bevestigt zijn vader dat hij bij zijn zoon, Jozef Karel BACKX, ‘nog nooit eenig verschijnsel van krankzinnigheid, geestesverzwakking, zinsbegoocheling, vallende ziekte of onwillekeurige waterloozing heeft waargenomen’. De behandelende geneesheer Jules VRINTS uit Merksplas bevestigt dit alsook dat Jozef niet behept is met door K.B. dd. 28-01-1893 en 03-08-1898 bepaalde ziektes of lichaamsgebreken. Op 18 september 1912 bevestigt het ‘getuigschrift voor een man die verklaard heeft bij het leger te willen dienen als vrijwilliger van beroep’ dat Jozef op 01-01-1911 al in de gemeente Merksplas woonde, dat hij een goed zedelijk gedrag heeft, geen veroordelingen heeft opgelopen en de toelating van zijn vader heeft om beroepsvrijwilliger te worden. Hij dient ook een bewijs van Belgische nationaliteit in. Hij is 1, 610 m groot, heeft een rond gezicht met een brede, ronde kin, grijze ogen, een grote neus, een kleine mond en blond haar en wenkbrauwen. Regimentsarts J.P.E. WIBIN bevestigt het medische verslag te Brussel op 30 september 1912, maar voegt eraan toe dat Jozef niet geschikt is omdat hij een vaag litteken heeft op de onderbuik, van een appendixoperatie. De krijgswetten worden hem voorgelezen in Merksplas op 30-09-1912 en hij ondertekent dat hij ze begrijpt en beseft dat hij er vanaf dan aan onderworpen is. Hij wordt toegewezen aan het 9de Linieregiment met stamnummer: 109/58345. Hij wordt opnieuw gekeurd op 03-10-1912 en toch geschikt bevonden door de revisieraad op 10-10-1912 te Antwerpen, opvallend hierbij is dat hij in dit verslag slechts 1, 595 m groot is. Ook eigenaardig is dat hij op 3 september 1913 in Merksplas terug opgeroepen wordt om zijn dienstplicht te vervullen, hij is dan immers al beroepsvrijwilliger bij het Belgische Leger.
Mogelijks kreeg hij zijn opleiding als beroepsvrijwilliger in Bouillon; voor de oorlog waren de kazernes van Bouillon toegewezen aan o.a. de regimentsschool van het 9de Linie. Hierover bevinden zich geen documenten in zijn militair dossier, maar uit de bevolkingsregisters van Merksplas (volkstelling 1911-1920) blijkt dat Karel op 23 september 1913 gedomicilieerd werd in Bouillon, vrij evident voor een beroepssoldaat. Beroepsvrijwilligers werden meestal in of in de buurt van de kazerne gehuisvest. Als ongehuwde jongeman bracht hij zijn verloven wel bij zijn ouders in Merksplas door.
Op 1 augustus 1914 is hij present bij het 9de Linieregiment, 3de Bataljon, 3de Compagnie. Het 9de Linie is in Brussel gekazerneerd in het Klein Kasteeltje en maakt deel uit van de 9de gemengde brigade van de 3de Legerdivisie. Op 3 augustus worden de troepen, ook zijn eenheid, in de vroege ochtend op de trein gezet, richting Luik. Het 9de Linie heeft een ruim aandeel in de verdediging van de vesting Luik (bvb. in de nacht van 5 op 6 augustus te Sart-Tilman), bij het vertragingsoffensief van 18 en 19 augustus om de verdediging van Antwerpen te kunnen voorbereiden (bvb. in de streek van Leuven/Aarschot), tijdens de tweede uitval uit Antwerpen (bvb. op 10 september in Haacht),… Daarna trekt het 9de Linie noodgedwongen terug achter de IJzer: de Duitse overmacht is te groot… Jozef Karel BACKX neemt deel aan de IJzerslag tussen 17 en 31 oktober 1914. Vanaf 24 december 1914 voert het 9de Linie, samen met de Fransen, offensieven uit te Lombardsijde. Op 31 december 1914 moet Jozef Karel BACKX serieus gekwetst zijn in de strijd, want hij wordt geëvacueerd naar het hospitaal. Op 6 januari 1915 is hij opgenomen in het ’hôpital complémentaire nr. 60’ in Saint-Cast in Noord-Frankrijk. Dit hospitaal in het Bretoense Saint-Cast-le-Guildo was ondergebracht in vijf grote hotels en werd bestuurd door de militaire gezondheidsdienst. Op 18 maart 1915 wordt hij overgebracht naar het hospitaal van Châteaugiron, dit hospitaal, ook in Bretagne, was gespecialiseerd in mentale problemen. Daarna blijft hij tot eind april in het divisiedepot van het 9de Linie tot hij op 1 mei 1915 terug ingezet wordt bij het 9de Linie 3de bataljon, 3de compagnie. Op dat ogenblik bevindt zijn eenheid zich in een fase van de oorlog waarin geen spectaculaire gevechten plaatsvinden, maar waarin onophoudelijk nachtelijke botsingen van patrouilles, verrassingsaanvallen op een of andere post, enz. dreigen. Deze periode eist wel veel slachtoffers omdat er nog niet veel mogelijkheden zijn om zich te beschutten tegen het vijandelijke geweld.
Op 3 januari 1916 muteert Jozef Karel BACKX naar het 5de Linie 4/3, daar krijgt hij het stamnummer 105/63281. Het 5de Linie behoort tot de 2de Legerdivisie en bevindt zich op dat ogenblik op de stelling Sint-Jacobskapelle (deelgemeente van Diksmuide) waar het het 7de Linie heeft afgelost. De 2de legerdivisie lost op 1 maart 1916 de 1ste legerdivisie af in de sector Noordschote/Steenstrate. Het 5de Linie bezet de Noordelijke subsector, het dorp van Noordschote tot ongeveer een kilometer ten noorden van het Veerhuis.
Op 25 december 1916 splitst het regiment zich in twee: het 5de en het 15de. Jozef Karel BACKX die inmiddels tot korporaal is bevorderd, komt op 1 januari 1917 in het 15de Linie terecht dat samengesteld is uit het 3de en 4de bataljon van het vroegere 5de Linie en een compagnie van het 9de Linie. Het 15de telt drie bataljons van drie compagnies fuseliers en een compagnie mitrailleurs. Jozef Karel krijgt hier het stamnummer 115/42 en hoort als mitrailleur bij de 7de Compagnie. Gedurende de laatste dagen van 1916 en de eerste weken van 1917 delen het 5de en 15de Linie de wacht in de loopgraven van Noordschote. Het verblijf is er ronduit slecht, het water van de overstromingen dringt loopgraven en schuilplaatsen binnen.
Op 12 januari 1917 wordt Jozef Karel BACKX dodelijk getroffen teruggevonden in een verbindingsloopgracht bij Noordschote. Hij sterft ter plaatse.
Eerst wordt hij op de kleine militaire begraafplaats ‘Molenhoek’ te Reninge in graf nr. 286 begraven. Als deze begraafplaats in 1968 geruimd wordt, worden zijn stoffelijke resten overgebracht naar de militaire begraafplaats in de Sint-Maartensstraat te Westvleteren. Daar krijgt hij graf nr. 879 bis.
Op maandag 30 september 1918 wordt om 11 u in de Onze-Lieve-Vrouwkerk te Merksplas-Kolonie een lijkdienst voor hem opgedragen.
In het portaal van de Sint-Willibrorduskerk te Merksplas bevindt zich een gedenkplaat in messing ‘Tot zalige gedachtenis der helden van de parochie Merxplas gesneuveld voor het vaderland’. Deze werd gemaakt door zilversmid SPOORENBERG uit Laken in 1919. De naam van Jozef BACKX staat erop genoteerd.
Op 19 november 1920 vraagt zijn vader, Louis BACKX te Merksplas de strijdersbegiftiging aan voor zijn gesneuvelde zoon; de familie heeft nog geen familiebegiftiging ontvangen. De strijdersbegiftiging wordt berekend op basis van 30 maanden frontdienst aan 75 frank (= 2250 frank) – 300 frank familiebegiftiging. Er rest dus 1950 frank voor de nabestaanden.
Er worden aan Jozef Karel BACKX drie frontstrepen toegekend.
Als onderscheidingen kan vader BACKX op 30 januari 1921 de medailles van Ridder in de Orde van Leopold II (K.B. 12-01-1918) en het Oorlogskruis met palm (K.B. 12- 01-1918) in ontvangst nemen, en op 20 maart 1924 wordt aan Jozef Karel BACKX postuum de IJzermedaille toegekend.
Het overlijden van Jozef Karel BACKX wordt bevestigd op 8 januari 1924 bij vonnis op de rechtbank te Neufchâteau en de gegevens worden op 1 februari 1924 doorgestuurd naar de gemeente Bouillon om zijn overlijdensakte bij te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente. Normaal gezien worden deze gegevens bijgeschreven in de gemeente waar de overledene het laatst gedomicilieerd was. Jozef Karel BACKX zou dan in Bouillon gedomicilieerd zijn geweest vlak voor het uitbreken van de oorlog. Vóór de oorlog 1914-1918, waren de kazernes van Bouillon toegewezen aan de regimentsscholen van de 9de en 12de Linieregimenten. Het was niet te achterhalen wanneer en in welke functie hij in Bouillon is geweest.
In het portaal van de Sint-Willibrorduskerk in Merksplas bevindt zich een gedenkplaat in messing waarop een gevallen soldaat afgebeeld is die het gelaat opricht naar het kruis. Achter de soldaat staat ‘Voor het Vaderland’, achter het Kruis ‘Voor het Menschdom’. Op de plaat staat: ‘Tot zalige gedachtenis der helden van de parochie Merxplas gesneuveld voor het vaderland’ en de 18 namen van de gesneuvelden uit Merksplas, o.a. J. BACKX en de Latijnse tekst ‘1914 Pie Jesu Domine dona eis requiem 1918’.