Verbunt Jan Baptist

Verbunt Jan Baptist

Naam: Verbunt Jan Baptist

Geboren te: Meerle

Geboren op: 1887-10-10

Overleden te: Moorslede

Overleden op: 1918-10-03

Burgerlijke stand: gehuwd met Catharina Peeters

Laatst gekend adres: Hoogstraten(Meerle), Bergeneindestraat, Vosselaar

Beroep: spoorwegbeambte

Jan Baptist VERBUNT was de oudste zoon van Jan VERBUNT (°Meer 29-12-1859/+Meerle 20-10-1926) en Maria Catharina POELS (°Meerle 09-03-1862). Jan VERBUNT was van Nederlandse nationaliteit en in België niet dienstplichtig. De ouders huwden te Meerle op 18 april 1887. Vader VERBUNT was gewoonlijk werkman van beroep, maar in 1883 even rondleurder en in 1898 even karrenman. Alle veertien kinderen werden in Meerle geboren: Jan Baptist (°10-10-1887), Jozef Jan Alfons (°05-10-1888), Anna Catharina Theresia (°11-10-1890/+Meerle 25-08-1893), Joanna Maria (°13-02-1892), Josephus Leo Franciscus (°10-07-1893/+Meerle 17-10-1893), Maria Theresia Petronella (°30-05-1894 /+Meerle 11-09-1894), Carolus Josephus (°18-05-1895), Dymphna Joanna (°09-02-1897), Antonius (°31-08-1898), Catharina (°26-01-1900), Josephina (°13-04-1903), Franciscus (°02-07-1904/+Meerle  14-07-1904), Joannes Augustinus (°31-05-1908/+Meerle 18-12-1908) en Anna Rosalia (°24-09-1910). Na de oorlog woont het gezin , vader VERBUNT althans, op de Rooij nr. 22 te Meerle. In 1924 wonen de ouders op de Kerkstraat nr. 27 in Meerle.

Jan Baptist VERBUNT brengt zijn jeugd door in Meerle tot hij (waarschijnlijk in Vosselaar in 1911) met Catharina PEETERS (°Vosselaar 07-11-1886) huwt en de jonggehuwden naar Vosselaar verhuizen. Ze krijgen twee kinderen: Maria Theresia (°Vosselaar 08-12-1911) en  Joannes (°Borgerhout 26-10-1913). Het gezin woont op de Bergeneindestraat in Vosselaar, later misschien in Borgerhout. Volgens het bidprentje van zijn zoon Jan Verbunt (+Sint-Elisabethziekenhuis te Zottegem 24-11-1995), zou Jan Baptist VERBUNT die ingenieur was en als spoorwegbeambte werkte, eerder filosofisch aangelegd geweest zijn.

Na de dood van haar man werkt Catharina PEETERS als werkvrouw en woont op de Bergeneindestraat nr. 25 te Vosselaar. Op 30 maart 1921 hertrouwt ze te Vosselaar met Alphonsus Josephus DRIESEN (°Vosselaar 12-08-1888). Alfons DRIESEN is weduwnaar van Justina Maria LEYS (°Vosselaar 02-02-1896). Ze overleed op 22-jarige leeftijd op 5 november 1918. Alfons heeft al twee kinderen: Constant Adriaan (°Vosselaar 02-05-1912) en Augustinus Joannes (°Vosselaar 03-05-1914).  Ze wonen dan in Vosselaar, waarschijnlijk ook op de Bergeneindestraat.

Jan Baptist VERBUNT was van de lichting 1909 en trad dat jaar in dienst van het Belgische leger als Soldaat 2de klas Premievrijwilliger.

Bij het uitbreken van de oorlog werd hij gemobiliseerd als soldaat in het 2de Regiment Jagers te Voet met stamnummer 129/1882. Deze eenheid behoort tot de 5de Legerdivisie. Hij hield tijdens de Grote Oorlog een dagboek bij dat getuigt van historiciteit en een zekere literaire kwaliteit. Een aantal fragmenten hieruit kunnen hier niet ontbreken.
De eenheid waartoe Jan Baptist VERBUNT behoorde onderscheidde zich o.m. bij de ‘Verbrande Brug’ in Vilvoorde en bij Eppegem tijdens de uitvallen uit Antwerpen. Tijdens de afweergevechten aan de IJzer kwam het 2de Jagers eerst in de sector Diksmuide terecht, later in Stuivekenskerke. Een fragment uit zijn dagboek hierover: ‘In den donkeren blinken de witte bajonetten. Boven op onze loopgraven glimt een lijn van staal tegen de aarde. Wij verwachtten den stormloop. Eensklaps een luid gehuil en getier. In ’t vuur der geweren loopen zwarte gestalten stormpas over ’t land. En tuimelden bij hoopen. Anderen springen er over. Onvoorstelbaar! Zij rijzen als uit den grond… De mitrailleuzen maaien het leven, langs alle kanten. De schrapnells ontploffen in de ruimte. De dood slaande blindelings, links en rechts. Het roepen en tieren vergaat in gekerm en gehuil. Mannen slaan achterover. De armen wijd opengespreid, vallen met een plof ten gronde…Men gevoelt eene nijpende pijn in de vingers van ’t aanhoudend vuren. De oogen zijn als blind van het licht dat rondom en op ons opengloeit. De warmte van de geweerlopen slaat in ’t aangezicht. We staan midden in ’t vuur… Bij dit alles ’t geloei en ’t getier als ’t gehuil van wilde dieren, ten nachte in d’ eenzame velden. Een gezamenlijk laatste salvo doorklinkt de ruimte. Massa’s mensenlijven smakken tegen den grond. Voor ons dan vlak in ’t aangezicht de bleeke, verwrongen tronies der Duitsche benden, en ’t geflikker der bajonetten boven hunne hoofden. De geweren zwijgen. Nu werkt het blanke staal. In den gruwelijken nacht gebeurt de slachting van ’t leven. Rechts en links kerft en steekt men. Witte flikkeringen, duizendvoudig, blinken in het donker, verdwijnen in de zwarte gestalten. Roode bloeddruppels glinsteren op de blankheid der wapenen. Een wasem van warm bloed zwendelt rondom ons. Hier is geen menschelijk gedacht, geen medelijden, geen bewustzijn van leven meer. Hier is alleen nog blinde moordwoede, een vaag begeerende wil om de noodzakelijke wreedheid die we begaan. Hier is alleen nog leed, gekerm, gehuil, bloed en dood. Onze oogen schemeren in de onsamenhangende dingen die gebeuren. Het zweet druipt van de wezens, het bloed druipt op de kleederen. Ze hakken en kappen, steken en kerven van weerskanten. Menschen tuimelen, ploffen neder, worden vertrappeld. Ze staan met de voeten in ’t bloed. En alle dagen, alle nachten, diezelfde nuttelooze herhaling…
Op 1 april 1915 ligt Jan VERBUNT met zijn bataljon in stelling bij Kaaskerke. Ze hebben het zwaar te verduren; die maand zijn er bij de Jagers te Voet meer dan zestig doden en gewonden. Jan Baptist is ooggetuige van een spectaculair luchtgevecht: ‘Een vijandelijke vlieger komende uit oostelijke richting van ons front, en vliegt in de richting van Veurne. Hij wordt hevig beschoten door de voor de vliegers speciaal opgerichte batterijen, zonder hem evenwel te treffen, hetgeen een groot geluk moet zijn. Plots ziet hij voor hem uit één der onzen die recht op hem af komt, en ’t begint al meteen van ‘tjok-tjok-tjok’ met de mitrailleuzen daarboven, waarop den Duitsch zich snel omkeert om de vlucht te kunnen nemen. Te laat… Een andere der onzen, versperde hem langs hier den weg, en de vogel zit gevangen tusschen twee vuren. ’t Gevecht met de mitrailleuzen begint nu voor goed. De kanonnen zwegen uit vrees één der onzen te treffen en dus konden de onzen hem, langzaam maar zeker, dichter naderen. Den eenen langs voor, den anderen langs achter, steeds trachtende altijd boven den vijandelijke vlieger te blijven, hem in elke beweging die maakte na te volgen. Na eenig keeren en draaien schoot de vijandelijke machien in brand en stortte loodrecht in laaiende vlammen naar beneden, in een weide tegen Oude-Capellen. Gansch het machien was verbrand. Slechts nog wat verwrongen ijzer bleef er over, waartusschen de twee ingezeten officieren, verkoold onder de massa werden uitgehaald. Belangrijke documenten, alsook photografieën onzer stellingen werden op hen gevonden. Pas was hij gevallen, of de Duitsche kanonnen openden het vuur op de omgeving der plaats waar hij gevallen was. Ze zullen dit maar met droeve oogen aangezien hebben. Toch weer al eenen minder in de lucht….‘.

Jan Baptist VERBUNT overleeft de IJzerslag en muteert in december 1916, als het leger gereorganiseerd wordt, naar het 5de Regiment Jagers te Voet, 10de compagnie, 3de bataljon.

Tijdens het geallieerde Eindoffensief eind september/begin oktober 1918 neemt Jan Baptist VERBUNT deel aan het gevecht om Beitem op 2 oktober. Vanuit Moorslede werd vanaf 30 september al geprobeerd Beitem binnen te dringen, maar het lukte niet. Beitem werd wel dagenlang hevig beschoten met granaten vanaf het front bij Moorslede. Tijdens deze gevechten wordt Jan Baptist zwaar gewond. Er wordt nog geprobeerd hem naar het Belgisch Militair hospitaal in Hoogstade te evacueren, maar hij sterft onderweg aan zijn verwondingen.

Officieel wordt 3 oktober 1918 aangenomen als zijn sterfdatum.
De volgende dag nog wordt hij begraven op de militaire begraafplaats te Sint-Rijkers in graf nr. 96. Op 11-08-1924 worden zijn stoffelijke resten overgebracht naar de Belgische Militaire begraafplaats ‘Duinenhoek’ op de Kerkstraat in De Panne in graf G – 18.

Jan Baptist VERBUNT krijgt de eretekens van Ridder in de orde van Leopold II en het Oorlogskruis toegekend op 12-01-1920 en de IJzermedaille op 23-03-1923. Zijn vader neemt het Oorlogskruis met palm in ontvangst op 18 april 1922.

Jan Baptist VERBUNT vocht 50 maanden en 3 dagen aan het front en verdient zo zeven frontstrepen.

Op 27 november 1920 vraagt Catharina PEETERS, de weduwe van Jan Baptist de strijdersbegiftiging aan bij het V.O.S. te Vosselaar. Zijn nabestaanden hebben recht op 51 maanden aan 75 frank strijdersbegiftiging, dus 3825 frank. Hiervan wordt 300 frank afgetrokken omdat deze som al uitbetaald werd als familiebegiftiging. De nabestaanden krijgen dus nog: 3525 frank.

De naam van Jan VERBUNT staat niet alleen op het oorlogsmonument aan de kerk van Meerle, maar ook op de gedenkplaten voor de werknemers van de spoorwegen die overleden zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog in de stationshal (ingang Keyserlei) van het Centraal Station van Antwerpen. Jan Baptist VERBUNT staat ook op de herinneringsprent die in Meerle werd gemaakt met ‘Meerle’s Zonen gesneuveld voor Vrijheid Vorst en Vaderland’. Hij staat op de onderste rij de derde van rechts.

Ook Jozef VERBUNT, een jongere broer van Jan Baptist sterft als oorlogsdode. Hij was verkenner/wielrijder in de 5de Legerdivisie en stierf op 19 april 1926 in Antwerpen aan de gevolgen van een gifgasvergiftiging.