Verbunt Jozef Jan Alfons

Verbunt Jozef Jan Alfons

Naam: Verbunt Jozef Jan Alfons

Geboren te: Meerle

Geboren op: 1888-10-05

Overleden te: Antwerpen

Overleden op: 1926-04-19

Burgerlijke stand: gehuwd met Maria Sophie Domicent

Laatst gekend adres: Hoogstraten(Meerle), Falconrui nr. 12, Antwerpen

Beroep: ?

Jozef Jan Alfons VERBUNT was het tweede kind van Jan VERBUNT (°Meer 29-12-1859/+Meerle 20-10-1926) en Maria Catharina POELS (°Meerle 09-03-1862). Jan VERBUNT was van Nederlandse nationaliteit en in België niet dienstplichtig. De ouders huwden te Meerle op 18 april 1887. Vader VERBUNT was gewoonlijk werkman van beroep, maar in 1883 even rondleurder en in 1898 even karrenman. Alle veertien kinderen werden in Meerle geboren: Jan Baptist (°10-10-1887), Jozef Jan Alfons (°05-10-1888), Anna Catharina Theresia (°11-10-1890/+Meerle 25-08-1893), Joanna Maria (°13-02-1892), Josephus Leo Franciscus (°10-07-1893/+Meerle 17-10-1893), Maria Theresia Petronella (°30-05-1894 /+Meerle 11-09-1894), Carolus Josephus (°18-05-1895), Dymphna Joanna (°09-02-1897), Antonius (°31-08-1898), Catharina (°26-01-1900), Josephina (°13-04-1903), Franciscus (°02-07-1904/+Meerle  14-07-1904), Joannes Augustinus (°31-05-1908/+Meerle 18-12-1908) en Anna Rosalia (°24-09-1910). Na de oorlog woont het gezin, vader VERBUNT althans, op de Rooij nr. 22 te Meerle. In 1924 wonen de ouders op de Kerkstraat nr. 27 in Meerle.

Jozef Jan Alfons VERBUNT was gehuwd met Maria Sophie DOMICENT (°Ieper 25-02-1874), dochter van Gustavus Fredericus Domicent en kantwerkster Emerentia Anna Vlaemijnck. Ze hadden geen kinderen en woonden in Antwerpen op de Falconrui nr. 12. Sophie was in 1920 huishoudster in Krombeke, een dorpje in West-Vlaanderen, nu een deelgemeente van de stad Poperinge.

Jozef Jan Alfons VERBUNT heet in het leger steevast Alfons Jan Jozef VERBUNT en tekent ook met Alfons VERBUNT. Hij ging in dienst van het Belgische leger op 9 april 1909 als premievrijwilliger en diende tot augustus 1911 zoals zijn broer Jan Baptist bij het 2de Regiment Jagers te Voet.

Op 1 augustus 1914 werd hij uit onbepaald verlof weder opgeroepen en op 2 augustus 1914 is hij present bij het 2de Jagers te Voet, 2de compagnie, 2de bataljon. Hij is soldaat 1ste klas en draagt het stamnummer 126/24178.

Het 2de Jagers te Voet maakt deel uit van de 5de Legerdivisie en heeft zijn hoofdkwartier in Bergen (Mons).
De eenheid waartoe Alfons VERBUNT behoort, onderscheidt zich o.m. bij de ‘Verbrande Brug’ in Vilvoorde en bij Eppegem tijdens de uitvallen uit Antwerpen. Tijdens de afweergevechten aan de IJzer komt het 2de Jagers eerst in de sector Diksmuide terecht, later in Stuivekenskerke. Alfons VERBUNT neemt deel aan de slag aan de IJzer. Later, (op 30-10-1920), bevestigt zijn Kapitein dat Alphonse VERBUNT bij zijn Compagnie (2de Jagers te Voet 2de Compagnie van 2de Bataljon) aanwezig was vanaf de 1ste augustus 1914 tot na de IJzerslag. Hij herinnert zich Alfons al een soldaat die zich altijd goed gedroeg en moedig was in het gevecht. In december 1916, als het leger gereorganiseerd wordt, muteert Alfons VERBUNT naar het 5de Regiment Jagers te Voet, 10de compagnie, 3de bataljon. Daarmee neemt hij verder deel aan de frontgevechten tot 1 september 1917. Volgens sommige bronnen zou hij actief geweest zijn als verkenner/wielrijder voor de 5de legerdivisie, waartoe zowel het 2de als het 5de regiment Jagers te Voet (samen de 16de gemengde brigade) behoorde.

Van 1 september tot 1 oktober 1917 volgt Alfons VERBUNT bij het C.I.B.I. (Centre d’Instruction des brancardiers et infirmiers) in Bourbourg of Auvours (beide plaatsen komen voor in de documenten) een opleiding tot brancardier. De toekomstige ziekendragers leren er de verantwoordelijkheden voor de eerste hulpverlening aan zieken en gewonden én de technieken van evacuatie naar hulpposten.

Als Alfons VERBUNT op 1 oktober 1917 als brancardier begint, hoort hij bij het corps I.G.S.S. (Inspecteur Général du Service de Santé) en heeft hij stamnummer 197/24178.
De werking van de gezondheidsdienst is dan al sterk geëvolueerd. De ziekendragers worden verdeeld over de verschillende compagnieën. Alfons werkt bij de 10de Compagnie van het 5de Jagers te Voet. De brancardier draagt een soldatenpak en leeft tussen de andere soldaten, zo oefent hij een uitstekende invloed uit op zijn makkers. In eerste lijn worden dekkingen gemaakt in beton, waar de gewonden enigszins buiten gevaar kunnen gebracht worden om de eerste hulp te krijgen. Daarna worden ze op draagberries naar een post op de steenweg gebracht waar een auto ze komt ophalen om ze naar een fronthospitaal te voeren. Zo is er zo weinig mogelijk tijd tussen de verwonding en de heelkundige behandeling. Het aantal zieken is nog groter dan het aantal gekwetsten. De strijders zijn uitgeput, tyfuskoorts en andere besmettelijke ziekten breken uit… en vanaf 1 april 1915 maken de Duitsers gebruik van stikgassen: gaswolken, stikgranaten,gifgassen, blaartrekkende gassen, niesgassen… De soldaten krijgen maskers die verbeterd worden naarmate er nieuwe bestanddelen ontdekt worden in de vijandelijke gassen. De gasslachtoffers lijden verschrikkelijk, hun levensorganen zijn aangetast… Sommigen zullen overleven, maar nooit echt helemaal herstellen. Dit is ook het lot van Alfons VERBUNT, hij overleeft de oorlog maar…

Als het groot eindoffensief wordt ingezet, zijn de omstandigheden heel moeilijk om de gekwetsten van het slagveld te halen, het terrein is geheel omgewoeld, de wegen onbruikbaar. De gekwetsten moeten kilometers ver op draagberries achteruit worden gebracht én er zijn te weinig brancardiers. De krijgsgevangen Duitsers moeten gedwongen worden te helpen…

Vanaf de Wapenstilstand op 11 november 1918 tot 1 december 1918 werkt Alfons VERBUNT bij de C.A. 11 D.I. (Colonne Ambulance 11 Dépot d’Intendance). Van 1 december 1918 tot 4 september 1919 in het H.M. Antwerpen, nl. het Krijgsgasthuis op de Marialei te Antwerpen in zaal 9.

Op 11 december 1918 wordt hij op de Orde van de dag vernoemd en voorgedragen voor het Oorlogskruis ‘au titre de longue présence au front’, wegens zijn lange tijd aan het front.

Op 4 september 1919 wordt Alfons Jan Jozef VERBUNT gedemobiliseerd.

Op 14 november 1920 vraagt Alfons VERBUNT de Strijdersbegiftiging aan bij het VOS te Antwerpen. Hij was gedurende 4 jaar, 4 maanden en 29 dagen in frontdienst. Het Strijdersfonds berekent dat hij recht heeft op 51 maanden aan 75 frank = 3825 frank, verminderd met 300 frank familiebegiftiging, dus 3575 frank. Hij heeft ook recht op 7 frontstrepen.
Er volgt een hele correspondentie over de discussie of hij geen 8 frontstrepen moet krijgen en of hij niet voor 52 maanden moet uitbetaald worden (51 maanden aan 75 frank en 1 maand aan 50 frank), dus een verschil van 25 frank. De uitslag van deze discussie is niet bekend, ze duurt voort tot jaren na zijn overlijden.

Hij krijgt twee keer het Oorlogskruis met palm (KB van 30-07-1921 en 22-03-1922), het eerste wordt hem uitgereikt te Antwerpen op 14-12-1921.

Op 19 april 1926 overlijdt Jozef Jan Alfons VERBUNT te Antwerpen. Volgens historicus Jan Huybrechts uit Hoogstraten zou hij gestorven zijn aan de gevolgen van een gifgasvergiftiging. Het was niet te achterhalen waar hij begraven werd.

Ook Jan Baptist VERBUNT, de oudere broer van Jozef Jan Alfons sterft als oorlogsdode. Hij was soldaat in het 2de, later in het 5de regiment Jagers te Voet, en stierf op 3 oktober 1918 in Moorslede aan zijn verwondingen.

http://zoekakten.nl/prov.php?id=AW

http://zoekakten.nl/prov.php?id=VW

militair dossier

http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/ALGEMENEINFOWO1

LYR, René. Onze helden gesneuveld voor het Vaderland, N.V. Drukkers- en Uitgeversmaatschappij ‘Ons Land’, Brussel, 1929, pp. 231-237.

http://www.bloggen.be/vlaanderensvelden/archief.php?ID=2618780